Archief voor de ‘Maatschappelijke topics – SPORT.’ Categorie

h1

OPDRACHT 5: Janssen-Fritsen en hun economisch belang met de Olympische Spelen

januari 3, 2009

 

Opdracht
Zoek in de media een persproduct (in mijn geval dus een artikel) waarin een verband tot uiting komt tussen een onderneming en de Olympische Spelen. Leg dan in eigen woorden uit welk economisch belang deze onderneming aan de Spelen verbindt.

 

Heel China turnt met Janssen-FritsenHeel China turnt met Janssen-Fritsen 


LUMMEN – Niet alleen Belgische sporters doen mee aan de Spelen, ook het bedrijfsleven is er goed vertegenwoordigd. Vandaag: Janssen-Fritsen.

 

De uitverkiezing van Janssen-Fritsen als leverancier voor het turnmaterieel op de Olympische Spelen is geen toeval. Het bedrijf uit Eindhoven, met vestiging in het Limburgse Lummen, levert al jaren de toestellen voor de topturncentra in China. En aan internationale ervaring heeft Janssen-Fritsen geen gebrek. Het zal de vijfde keer zijn dat de JF-turntoestellen op de Olympische Spelen worden gebruikt.

 

In Peking zijn zowel de trainingslocaties voor de turners als de wedstrijdarena helemaal door Janssen-Fritsen ingericht. De totale levering bestaat uit acht wedstrijdsets voor zowel het dames- als het herenturnen.

 

Terwijl er voor de Olympische Spelen in Athene, waar de JF-toestellen ook al omnipresent waren, een Europese aanbesteding werd gehouden, gebeurde in China alles onderhands, geeft algemeen directeur Jacques Janssen toe: ‘Natuurlijk speelde onze referentielijst in ons voordeel, maar wie in Peking een voet tussen de deur wilde krijgen, had een Chinese partner nodig. En die hadden wij. Bovendien zijn er geen Chinese concurrenten op de markt die eenzelfde kwaliteit van toestellen kunnen leveren. De Chinese producenten mikken op een andere, grotere afzetmarkt. Wij produceren heel kleine series, dat interesseert hen niet. Wereldwijd hebben we vier concurrenten van hetzelfde niveau: uit Japan, de VS, Frankrijk en Duitsland’, zegt Janssen.

 

‘Het grote verschil met de anderen, is onze technische kwaliteit en ervaring’, zegt de Belgische bedrijfsmanager Eric Deckers. ‘Onze ingenieurs werken continu aan de verbetering van de veerkracht en gebruiksvriendelijkheid van de toestellen. Wij betrekken ook altijd de turners zelf bij de ontwikkeling.’

 Janssen-Fritsen

Een van de best bewaarde geheimen van het bedrijf is de locatie waar de dierenhuiden worden besteld voor de bekleding van de toestellen. ‘Ook qua coating, kunststof en metaaltype maken we het verschil.’

 

Janssen en Deckers zijn opgetogen dat hun bedrijf weer op de afspraak is. ‘Voor sporters is de kwalificatie voor de Olympische Spelen het hoogst bereikbare. Dat geldt ook voor het imago van ons bedrijf en onze producten. Dit is, opnieuw, een bevestiging van onze toonaangevende positie in de wereld. Alle grote turnwedstrijden zijn belangrijk. Aangezien er in onze niche geen vakbeurzen bestaan, zijn dat dé gelegenheden om ons te laten zien en zakengesprekken te voeren.’

 

De order is niet van onmiddellijk groot economisch belang, luidt het, maar indirect wel. ‘Alle turners die naar de Spelen gaan, hebben met onze toestellen getraind. Dat betekent wereldwijd een hoop klanten.’ Zowat 40 procent van de totale jaaromzet van Janssen-Fritsen, die goed is voor bijna 25 miljoen euro, komt van turnmaterieel.

 

De Spelen van Londen in 2012 worden een ander verhaal, met opnieuw een normale Europese aanbesteding.

 

Eind vorig jaar werden alle JF-toestellen al grondig uitgetest op een proeftornooi in de Chinese hoofdstad. Het bedrijf vloog toen een team van acht gespecialiseerde technici over, om ter plaatse te waken over de opbouw, plaatsing en dagelijkse controle van de turntoestellen. ‘Onze toestellen kunnen niet kapot gaan, tenzij ze verkeerd geïnstalleerd worden.’ Nu is een vergelijkbaar JF-team actief in Peking. (jir)


ECONOMISCH BELANG JANSSEN-FRITSEN
JF verdient aan het verkopen van de turntoestellen aan de Olympische Spelen. Dat is eigenlijk belang nummer één, want hier verdienen ze aan. En belang nummer twee voor JF is het feit dat ze meer klanten kunnen verwachten. Eigenlijk wordt in de tekst hier zelf al het antwoord gegeven. Voor JF is het natuurlijk een goede reclame. Weliswaar hebben ze er zelf voor gezorgd dat zij de turntoestellen mochten leveren, toch geeft het voor hen reclame in de turnwereld. Als ik naar turnen kijk, let ik niet op het merk van de toestellen. Dit doe ik weer wel bij tennis, ieder dus zijn eigen passie en daarbij opletpunten. De turnwereld zal het dus wel opmerken en onbewust denken dat dit de beste toestellen zijn, anders worden die niet op de Olympische Spelen gebruikt. Er zullen dus veel klanten (waarschijnlijk niet op korte termijn, maar op lange termijn) komen voor JF, wanneer bijvoorbeeld toestellen vervangen moeten worden.

 Heel China turnt met Janssen-Fritsen (18 augustus 2008). De Standaard. Geraadpleegd op 3 januari 2009, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=EE1VBTMD&kanaalid=620

 

 

h1

OPDRACHT 4: Afsluiting Maatschappelijke Topics; SPORTJOURNALISTIEK

december 18, 2008

Plantijn Hogeschool – 15.00 uur – 18 december 2008 – Debat met: Aime Anthuenis, François Colin, Frank Raes, Kris Meertens, Peter Vandenbempt en Leo Vos (gespreksleider).

 

Als afsluiting van de twee weken Maatschappelijk Topics, kregen wij zes interessante mannen waar wij twee uur mee moesten vertoeven. Allereerst begonnen zij onderling (allemaal sportjournalisten en één coach van Germinal Beerschot) wat met elkaar te bespreken. Na een interessant uur kregen wij de kans om nog vragen aan hen te stellen. Een boeiende middag met slimme en diep doordachte invalshoeken.


Alle zes mannen (eigenlijk vijf omdat één van de zes het gesprek leidde) gaven ons een aantal tips wat voor kwaliteiten een sportjournalist moet hebben. Uiteraard hoort daar gedrevenheid en passie bij. Zonder passie ben je nergens. Als je ergens niet van houdt en je daarmee er ook niet voor interesseert, zal je het ook nooit goed kunnen vertellen. Ikzelf zie mijzelf later niet zo in de sportjournalistiek, omdat ik niet van alle sporten hou. Bovendien hou ik er niet van om meerdere malen per week naar mannen in korte shortjes te kijken, die tegen een bal aan trappen. Uiteraard heel aantrekkelijk tweeëntwintig paar halfblote benen, maar ik zie toch liever twee paar halfblote benen op een tennisbaan. Ik heb dus mijn voorkeur en dat zullen vele mensen hebben.
Het  fenomeen’ – vrouwen en sportjournalistiek = vaak geen passie –  werd ook geconstateerd door de journalisten zelf. Er is weinig aanbod van vrouwen in de sportjournalistiek en dat vonden ze weliswaar jammer. In deze beweging komt weinig verandering en dat zal de komende tijd ook niet gebeuren aangezien één vrouw van de – ik gok 70 vrouwen in de aula – vertelde dat zij wel in de sportjournalistiek wilde.
Nog een aantal kwaliteiten om mee af te sluiten: een goede sportjournalist moet de balans kunnen vinden tussen goede contacten en voldoende afstand (laat je dus niet teveel beïnvloeden), op televisie moet je creatief kunnen zijn, zowel met beelden als met tekst én als sportjournalist moet je goed je emoties onder controle kunnen houden. Dit wil zeggen hoe erg je het ook vindt als er een team verliest, je dat toch vaak voor jezelf moet houden om een zo objectief mogelijk verslag te brengen.

De mannen hebben mijn kijk in de sportjournalistiek wel verbreed. Het was een interessant onderwerp en wisten het zeer boeiend te houden, mede door alle grapjes die zij onderling maakten. Ook sprongen ze goed in op de vragen die gesteld werden, wat overigens geen slechte vragen waren. Tot slot even een klein hoeraatje voor 1JOUD, want ik heb opgemerkt dat veel vragen uit onze klas kwamen!

h1

OPDRACHT 3: -Sociologie- VOETBAL & SEKSE

december 15, 2008

Voor Sociologie hebben wij een opdracht gekregen over sport en sociologie (NATUURLIJK). We moesten een sport kiezen en daar aan sociologische invalshoek aangeven. Wij hebben gekozen voor voetbal en de verschillen tussen mannen en vrouwen daarin. Zijn vrouwen ondergewaardeerd in voetbal ten opzichte van mannen? Lees ons artikel en vindt het antwoord. ENJOY!

Sport en Sekse

 

De gedachte ‘sport voor iedereen’ is een belangrijke missie van het sportbeleid van de overheden en van de sportorganisaties in Europa. Dit betekent dat elke burger de kans zou moeten krijgen om aan sportactiviteiten deel te nemen. Want aan sport zijn meerwaarden gekoppeld zoals samenwerking, omgaan met winst en verlies, sociale bindingen aangaan en zelf identificatie. De positieve functie van sport is dus zeer nuttig in onze hedendaagse samenleving waarin de sociale cohesie onder druk staat. 

Toch is er in de sportwereld al een eeuwenlang mechanisme van uitsluiting dat ondanks de democratisering van de sport niet verdwijnt. Deze uitsluiting kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld etniciteit ,status of leeftijd. Wij echter zullen dieper ingaan op sekse en geaardheid en hun invloed op sport.

Hoe zit het met de persoon die wel eens het andere geslacht bezig wil zien, waar kan die terecht?

Vrijwel nergens eigenlijk tenzij er grote evenementen georganiseerd worden. Vaak beschouwt de ‘kenner’ het vrouwenvoetbal als zwak en saai hoewel het meestal tactisch perfect in mekaar zit. Men kan het vrouwen en het mannenvoetbal niet vergelijken, mannen zijn nu eenmaal fysiek net iets sterker waardoor het niveau ook hoger ligt. De voorbije weken werd er in Chili het wereldkampioenschap voor vrouwen onder de 20 georganiseerd. In Duitsland en Engeland kreeg dit wel aandacht, maar enkel de eigen landen. BBC zond regelmatig beelden uit terwijl Duitsland de matchen van het thuisland live uitzond. Nu dit is vrij uitzonderlijk, het is wachten op de Olympische Spelen of een volgend. Wereldkampioenschap tot er weer vrouwenvoetbal op televisie zal verschijnen.

In het voetbal is er een enorme kloof wat betreft lonen van mannen en vrouwen. Mannelijke topspelers in de Belgische competitie verdienen om en bij de 500 000 euro op jaarbasis, terwijl vrouwen in de eerste klasse niets verdienen. Voetballers kunnen geld verdienen door sponsors, maar voor sponsors is vrouwenvoetbal niet interessant vanwege de weinige media-aandacht, door het lagere niveau. Het lager niveau van het vrouwenvoetbal kent een sociologische verklaring. Het klassieke rolpatroon heeft hierin lang centraal gestaan. Eerst en vooral werden vrouwen verwacht voor het gezin te zorgen, waardoor ze geen tijd hadden voor sport. Toen in de jaren 60 en 70 sport in het algemeen werd gestimuleerd door middel van campagnes, begonnen ook vrouwen stilletjes aan te sporten. Maar weer werd het traditionele rolpatroon in stand gehouden. Van vrouwen werd verwacht dat ze zogenaamde vrouwensporten gingen beoefenen omdat die sierlijk en elegant zijn. Denk hier bijvoorbeeld maar aan ritmische gymnastiek en synchroon zwemmen. Mannen gingen meer mannensporten beoefenen. Want hierin kunnen ze hun fysieke dominantie en agressie kwijt.

            De Olympische spelen van 2008 telde elfduizend sporters, maar 11 van hen kwamen echt uit de kast. Maar de geruchten vertellen dat er wel in ieder vrouwelijk voetbalteam een lesbische zat, maar het gaat om de sport’.

Lesbische vrouwen gaan sneller voetballen dan homomannen. Maar onder alle sportende lesbiennes is het aantal voetbaldames weer klein. Bij voetbal werkt de beeldvorming dat veel vrouwelijke voetballers lesbisch zijn, omdat het zogenaamd een ‘mannensport’ is, trekt ook weer lesbische meiden aan.

Vrouwen in de sport komen hierdoor wel goed uit de kast. In ieder team zijn er wel een of twee lesbo’s. Ook de heterovrouwen en mannen uit het onderzoek van het W.J.H. Mulier Instituut voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek kenden altijd wel een lesbische vrouw op hun club terwijl ze geen homomannen konden bedenken. Dat geeft wel aan dat het voor vrouwen makkelijker is.

            Voetbal is een machowereld. Het is een cultuur van haantjesgedrag waarin het stereotiep beeld van de stoere man op het veld, de bierdrinker en de vrouwenjager hoog gehouden moet worden. Daarom ook dat er zo weinig (of zelfs geen) voetballers naar buiten komen met hun eventuele homoseksualiteit. Het kan natuurlijk dat er geen homo’s voetballen, maar statistisch gezien zou er in elk team minstens 1 homoseksuele man moeten zitten. Een ploeg bestaat uit 11 spelers en aangezien 1 op de 10 mannen homo is, is de som snel gemaakt. Voor homo’s wordt het steeds moeilijker om hun geaardheid prijs te geven. Trainers als Luciano Moggi, vroegere chef van voetbalclub Juventus, doen uitspraken dat er geen homo’s in voetbal zijn. Ook de vele insinuaties op spelers en scheidsrechters, de roddels en de sfeer binnen in de groep (samen douche, knuffelen na een doelpunt) maken het voor de speler bijna onmogelijk om “uit de kast” te komen. In België is voetbal veel alledaagser en het programma FC Nerds had vorig jaar 2 homoseksuelen in de ploeg zitten. Hopelijk maken deze alledaagse kanalen het beeld van voetballende homo maatschappelijk aanvaardbaarder.

            Al vanaf de negentiende eeuw is er al een verdeling in sport. Je had sport voor mannen en sport voor vrouwen. Toen was het niet zo dat een vrouw kon voetballen als ze dat wilde, want dat was schadelijk voor een vrouw. Mannensporten waren toen vooral gericht op kracht en uithoudingsvermogen en dit was niet besteed aan vrouwen. Dus ook voetbal niet. Tegenwoordig zien we een verschuiving, maar nog steeds worden sporten geassocieerd met mannen of vrouwen. Zoals roze met meisjes en blauw met jongens. Er zijn natuurlijk meisjes die graag voetballen, maar vele vinden het iets voor jongens. Er mag dus wel gezegd worden dat voetbal een mannensport is. Weinig meisjes nemen eraan deel, in tegenstelling tot de jongens. 

            Vrouwen zijn sterk ondervertegenwoordigd in kaderfuncties en leiderschapsposities in de sport. Men denkt uit de ideologie dat vrouwelijke kandidaten vanzelf komen bovendrijven als ze over voldoende kwaliteiten beschikken, maar dat is niet zo. Oudere autochtone mannen krijgen meestal de kaderfuncties in de georganiseerde sport terwijl vrouwen een hoge functie vinden bij sporten waarin een grote deelname is van vrouwen en meisjes. Natuurlijk spelen maatschappelijke fenomenen een rol zoals de verdeling van de taken thuis. De meeste mannelijke managers , bestuurders en trainers hebben een vrouw achter zich staan die ook nog eens voor de huishoudelijke taken zorgt. Tevens is het beeld dat betrokkenen hebben van de ‘beste’ trainer een man en kan er dus geen sprake zijn van gelijke kansen voor de vrouw. Het beeld van een kaderfunctie in de sport is vaak gekoppeld aan kwaliteiten die we met mannen kunnen associëren.
      Op verschillende niveaus in de sport bestaan nog ongelijke sekseverhoudingen en zijn de mogelijkheden voor mannen en vrouwen nog niet gelijk. Om uitsluiting van meisjes en vrouwen, maar ook van bepaalde groepen mannen in bepaalde sporten en functies te voorkomen, moeten niet alleen de structurele belemmeringen verdwijnen, maar moet er ook ingegaan worden tegen de seksistische en homofobe beeldvorming. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat vooral bij voetbal vrouwen sterk ondergewaardeerd worden ten opzichte van de mannen.

h1

OPDRACHT 2: Cassius Clay (wat een naam..)

december 6, 2008

Cassius Clay, de eerste naam die naar mijn hoofd geslingerd werd tijdens de uitleg van de documentaire. Ik had echt zoiets van ah dat wordt een lannnnge middag! Want Cassius Clay, ”Wie is dat nu weer”, dacht ik! Later schaamde ik mij enorm toen ik tot de veronderstelling kwam dat hij ‘gewoon’ Mohammed Ali is, dé bokser. Het begin en het eind van de documentaire vond ik heel interessant. Het was mooi om te zien hoe een Afro -Amerikaan zich zo ontwikkelt. Hij is heel erg mondig, maar gelukkig wel op een grappige manier! Voor die tijd was hij natuurlijk hét voorbeeld, omdat vele zwarte mensen zich dingen lieten vertellen door de blanken.
Wat mij opviel was zijn non-verbale communicatie, altijd in samenhang met zijn persoon als bokser. In bewegingen die hij maakte en bepaalde blikken die zich in mij boorden, kwam steeds Mohammed Ali als de bokser terug. Hiermee werd mijn conclusie wat heeft sport nu met psychologie te maken, compleet van de baan geveegd. Steeds meer ging ik beseffen dat we zeker bij alle vakken wel wat met deze topic kunnen.

Een heel sterkjournalistiek elementvond ik de combinatie van Mohammed Ali en de zwarte mensen in hun dagelijks leven. Dus het filmen van twee verschillende werelden en dat samenbrengen in één documentaire.
Een zwakjournalistiek elementwas de manier van het brengen van informatie. Ze raadpleegden een heleboel bronnen (mensen die Mohammed Ali kenden) en die interviewden ze allemaal. Het werd dus steeds een beetje hetzelfde. De manier van filmen was vrij saai, maar wel logisch voor de tijd waarin de documentaire gemaakt was. Ook was, naar mijn mening, de aanloop naar het gevecht met George Foreman erg lang.
Heel apart vond ik om te zien dat Mohammed Ali zo’n grote invloed heeft gehad. Iemand die geen school heeft gevolgd en het toch zo ver kon brengen en mensen wist te inspireren. Dat gaf mij het gevoel ook iets groots te doen. Dus zonder dat ik er erg in had, inspireerde mij ook.

De documentaire werd afgesloten met het feit dat weinig mensen Mohammed Ali kennen en dat is waar! Mohammed Ali een invloedrijke zwarte bokser, die veel teweeg heeft gebracht. Mensen die niet weten wie hij is en wat hij heeft gedaan, SHAME ON YOU!

h1

OPDRACHT 1: Esme & Sport = haat-liefde relatie

december 5, 2008

De titel van mijn blog geeft al veel weer over wat ik met sport heb! Op het ene moment kan ik de hele tijd naar sport kijken en de volgende dag kan ik daar echt geen zin in hebben. Dus nee, ik ben geen fanatieke sportkijker, maar ik vind het ook niet erg om mee te kijken. Tennis zie ik daarentegen wel heel graag & voetbal vind ik alleen leuk als er een EK of WK is.. Dan weet ik tenminste wie er tegen de bal schopt en dat saamhorigheidsgevoel geeft toch ook wel wat extra’s.
Naast het feit dat sport iets is wat anderen doen, sport ik zelf ook wel graag. In de tijd dat ik een jaar alleen maar werkte, sportte ik tenminste een keer per week en skatete ik regelmatig (met de hond). Vooral met de hond was altijd erg plezant om te doen. Nu sport ik slechts 1 uur per week, wat uiteraard veel te weinig is. Maar zie maar eens allerlei dingen nog náást school te doen &  je hebt echt een druk leven.
Sinds (nog maar) een jaar of twee ben ik van wintersport gaan houden en ook aankomend jaar staat dat weer op de planning. Ik kan niet wachten tot ik weer in een liftje naar boven zit!

Verwachtingen van de komende twee weken?
Maatschappelijke topics, ja wat moet ervan verwachten? Misschien vind ik dat nog wel de moeilijkste vraag. Mede omdat het thema hier rond sport draait.. Ik had daarmee even zoiets van oké, sport wat heeft sociologie, psychologie, geschiedenis én economie daar nu mee te maken. Maar na het zien van de documentaire kreeg ik al meer helderheid. Sport is niet alleen sport, maar er draait een heleboel omheen.
Ik verwacht dat ik een hele andere kijk zal hebben op sport en mij er misschien zelfs wel meer in zal gaan interesseren! Natuurlijk komen er verschillende invalshoeken bij kijken en ik ben benieuwd hoe elke lector het gaat benaderen. De documentaire was in ieder geval al een goed begin, al had ik even moeite met mijn ogen open te houden, maar dat kwam puur door het tekort aan slaap vannacht.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.